Roeien

Roeien heeft iets geks.
Als je roeit werk je je in het zweet terwijl je kijkt naar de plek waarvan je weg vaart. En en passant loop je een nekhernia op, omdat je over je schouder moet kijken om te zien waar je heen gaat. Achterom kijken om te zien waar je naar toe gaat – best gek, toch?

Dan is varen in een kano veel logischer. Bij het kanoën focus je op waar je heen wilt. Het is een kwestie van de goede stroming zoeken en gaan!

Toch roeien we wat af, met z’n allen.

Kijk maar: wanneer er iemand in ons vaarwater komt – dus wanneer iemand ons dwars zit – schieten we vaak automatisch in de roeimodus. Je blijft bezig met wat er is gebeurd en daar probeer je van weg te gaan. Je doet water bij de wijn, zegt niet wat je écht wilt zeggen en komt niet voor jezelf op. Het is een onhandige reflex waar je je niet echt beter van gaat voelen.

Een voorbeeld.
Mijn buurman riep bloedserieus en out of the blue naar mij: ‘JIJ LIEGT TEGEN JE KINDEREN!’
‘Huh? Wat? ‘
Nou, hij gehoord dat ik tegen mijn zoon zei dat ik zo hard gewerkt had. En ik werkte bij de gemeente, dus dat kon niet. Want ambtenaren werken niet. En al zeker niet hard. Dus ik loog tegen mijn kinderen. 
Logisch toch.

Wow. Dat was echt belachelijk en een enorme belediging. Ik was totaal flabbergasted. Niet dat ik iets terugzei. Nee. Maar kwáád dat ik was! Woedend! Wat dacht ie wel, die gek!

Dit voorval heeft me zo beziggehouden dat ik zelfs nu, vijftien jaar later, nog precies weet hoe het ging. En vanaf dat moment liep ik met een boog om die buurman heen.

Kijk, daar was ik aan het roeien: ik was de confrontatie aan het vermijden. Ik was heel boos maar liet dat niet zien. Ook naderhand ben ik er nooit meer op teruggekomen. Mijn standpunt was: ik ben kwaad en de buurman is gestoord. Klaar. 
Maar wat ik dan wél wilde, daar had ik niet over nagedacht.

Dit was lang geleden, voordat ik leerde kanovaren in mijn communicatie.

In een kano heb je je doel scherp voor ogen. Mijn doel is: ik wil rust in mijn kop. En dat krijg ik door helder en duidelijk te zijn. En dat ontstaat als wat ik denk en wat ik zeg hetzelfde is.

Dus soms zeggen of doen mensen iets – en dat kan ook goed bedoeld zijn – waarbij ik me niet lekker voel of wat voor mij niet passend is. Nou, dan zeg ik er wat van. Niet boos of verwijtend, maar gewoon. Ik trek die grens. En weet je hoe lekker dat is! Dat scheelt zoveel gedoe, in mijn hoofd, in mijn relaties met anderen. Het is fijn omdat je van elkaar weet wat je aan elkaar hebt.

Het gaat trouwens ook weer best goed tussen de buurman en mij. Het is een man van rare grapjes.  

Ik wens je heerlijke dagen zonder gedoe,

Vieve

De Heldere Zaken updates in je mailbox? Schrijf je hier in.